Gelukkiger worden, kan het?

Category Archives: Verdieping

tumblr_m28j5xAQCu1r9umodo1_500

Veel mensen zoeken (én vinden) hun geluk in hun geloof. De bijbel, afgeleid van het Griekse βιβλια oftewel boeken, is het boek van de christenen en bestaat uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Beide delen zijn verzamelingen boeken, die zijn geschreven door ongeveer veertig verschillende mensen.  In Spreuken, het boek met spreuken van koning Salomo van Israël, staat over geluk:

“Wie zijn verstand gebruikt, heeft zijn leven lief, wie zich laat leiden door inzicht, is geluk op het spoor.”

In de tijden van het vroege christendom werd geluk pas aan het eind van een duidelijk gemarkeerde weg bereikt. Maar anders dan bij de Grieken en Romeinen was geluk geen beloning voor individuele inspanningen. Het was Gods genade die bepaalde of iemand uitverkoren was om gelukkig te worden. Dat geluk werd uiteraard niet op een presenteerblaadje gelegd in het aardse leven, maar daar kwam je pas achter in het hiernamaals.

Oude Testament en de bijbel

Het verhaal van Adam en Eva (Oude Testament) maakt duidelijk waar de menselijke zwakte ligt. De mens is overmoedig en laat zich verleiden door het kwaad. De mens zal nooit zélf dit kwaad kunnen uitwissen. De redding van de mens ligt in de hand van God en gelukkig heeft Hij (later) zijn zoon (Jezus van Nazareth) gestuurd die wel in staat was om de verzoekingen van de duivel te weerstaan.

Moderne theologen wijzen erop dat het verhaal ook zo gelezen kan worden dat de mens zelf een belangrijke bijdrage kan leveren aan een gelukkig bestaan, nu en in de toekomst. Juist het Adam en Eva-verhaal laat zien dat de mens keuzes kán maken in zijn leven en dat het goede óók aanwezig is in deze wereld. Om een gelukkig bestaan – nu en in de toekomst – te realiseren, hebben we God nodig, maar zeker ook de mens zelf. De mens kan zélf een belangrijke bijdrage leveren aan een gelukkig bestaan.

Verderop in de bijbel gaat het zelfs nog een stapje verder. In Psalm 4 bijvoorbeeld wordt de vraag: wie maakt ons gelukkig, gesteld en beantwoord: ‘Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. In u vindt mijn hart meer vreugde dan de machtigen in hun koren en wijn.’ Waar je uit kunt concluderen dat in het christendom alleen de Heer jou echt gelukkig kunt maken.


aristoteles

‘Happiness depends on ourselves.’ – Aristoteles

De eerste naam die we tegenkomen bij het onderzoek naar geluk is de Griekse filosoof Aristoteles. De Griek is de eerste en enige denker uit zijn tijd die geluk verankert als centraal doel van het menselijk leven en een doel op zich. Als gevolg besteedt hij meer tijd aan het onderwerp van geluk dan enige denker voorafgaand aan de moderne tijd.

Aristoteles is een van de grootste denkers uit de geschiedenis van de westerse wetenschap en filosofie die bijdragen leverde aan logica, metafysica, wiskunde, natuurkunde, biologie, plantkunde, ethiek, politiek, landbouw, geneeskunde, dans en theater. Hij was een leerling van Plato, die op zijn beurt studeerde onder Socrates.

De filosoof was dus een van de eerste die zich bezighield met geluk. Zijn eerste vraag was wat er werd bedoeld met het woord ‘geluk’, of liever, de oude Griekse equivalent eudaimonia. Zijn tweede vraag was waar geluk gevonden kan worden, dat wil zeggen, wat is het da ons echt gelukkig maakt. Hij dacht dat het onmogelijk was de tweede vraag te beantwoorden, zonder naar de eerste te kijken.

Screen Shot 2013-11-01 at 16.17.40

De definitie die hij biedt is dat geluk het opperste goed is en het de waarde meet van alle menselijke activiteit. ‘Het is in het belang van het geluk’, schreef Aristoteles, ‘dat we allemaal doen wat we doen.’ Oftewel, alle dingen die wij doen, doen we om gelukkig te worden. Het is niet iets dat kan worden gewonnen of verloren in een paar uur, zoals aangename gevoelens. Volgens de Griekse filosoof kun je niet tussentijds zeggen dat je gelukkig bent, maar is het iets wat je aan het eind van jouw leven kan concluderen. Zoals Aristoteles zegt in Nicomachean Ethics:

‘For as it is not one swallow or one fine day that makes a spring, so it is not one day or a short time that makes a man blessed and happy.’

De hiërarchische visie op de natuur

Om het menselijk geluk te verklaren, baseert Aristoteles zijn visie op de natuur die hij heeft afgeleid van zijn biologische onderzoeken. Als we kijken naar de natuur, dan zien we dat er vier verschillende soorten dingen die in de wereld bestaan​​, ieder met een ander doel:

Mineralen: rotsen, metalen en andere levenloze dingen. Het enige doel dat deze dingen streven is om tot rust te komen . Ze zijn ” dom”, omdat ze levenloze objecten zijn zonder ziel.

Vegetatie: planten en andere dieren. Hier zien we een nieuw soort iets ontstaan, iets wat leeft. Omdat planten voeding en groei zoeken, hebben ze een ziel en kan zelfs gezegd worden dat ze voldaan zijn wanneer zij deze doelen bereiken.

Dieren: alle schepsels uit het dierenrijk die we bestuderen. Hier zien we een hoger niveau van leven ontstaan: dieren zoeken plezier en voortplanting en we kunnen zelfs praten over bijvoorbeeld een blije of verdrietige hond, in de mate dat ze gezond zijn en een prettig leven leiden.

Mens: wat maakt de mens ander dan dieren uit het dierenrijk? Volgens de Griekse filosoof: verstand. Alleen mensen zijn in staat om te handelen volgens principes en nemen daarmee verantwoordelijkheid voor hun keuzes. We kunnen Henkie de schuld  voor het stelen van de snoep omdat hij weet dat het verkeerd is, maar we zouden een dier niet kwalijk nemen omdat het dier niet beter weet.

Met ons verstand kunnen wij problemen oplossen, wat ons leven kwalitatief anders maakt dan die van planten en dieren. Het goede voor een mens is iets anders dan het goede voor een dier, omdat we verschillende mogelijkheden en capaciteiten bezitten.  Als volgt geeft Aristoteles deze definitie aan geluk:

‘…the function of man is to live a certain kind of life, and this activity implies a rational principle, and the function of a good man is the good and noble performance of these, and if any action is well performed it is performed in accord with the appropriate excellence: if this is the case, then happiness turns out to be an activity of the soul in accordance with virtue.’


‘Ik geloof dat de werkelijke zin van ons leven het zoeken naar geluk is. Dat is duidelijk. Of je nu religieus bent of niet, of je nu gelooft in die of die godsdienst, we zijn allemaal op zoek naar iets beters in het leven. Daarom denk ik dat het leven werkelijk gericht is op geluk…’ – Dalai Lama, in The Art Of Happiness

Het eerste boek dat ik las toen ik mijn onderzoek begon was The Art Of Happiness. Dit boek vertelt het verhaal van Howard Cutler, een psychiater, die de Dalai Lama een aantal keer spreekt en de theorieën van de spiritueel leider onderzoekt. In het boek passeren veel boeddhistische thema’s de revue, daarom zal ik vandaag de plaats van geluk in het boeddhisme onder de loep nemen.

Vijfentwintighonderd jaar geleden leerde een wijze man in India, in de geschiedenis bekend geworden als de Boeddha, dat de sleutels tot geluk voornamelijk in het verstand zelf te vinden zijn en dat uiterlijke condities, zoals rijkdom, roem en macht, slechts factoren zijn die dit vergemakkelijken. Deze secundaire factoren zijn als stukken gereedschap; zij kunnen behulpzaam zijn of schaden bij de zoektocht naar geluk, al naar gelang de conditie van het verstand dat ze gebruikt.

De Boeddha definieerde drie obstakels die geluk in de weg staan: ten eerste, het niet begrijpen van de natuur van het zelf (waarnaar hij verwees als anatma of ‘voorbij-het-zelf’); ten tweede, het verstand van gehechtheid, verslaving en hebzucht; en ten derde, boosheid en het vijandigheidssyndroom. Bovendien sprak hij hierover in termen van ‘vergif voor zowel het verstand als het lichaam’. De Boeddha gaf speciale aandacht aan het derde punt, het vijandigheidssyndroom, want, zei hij, het is het meest onmiddellijk destructief voor de gezondheid en het geluk van de mens zelf en van anderen. Het is ook het ruwste van de drie en aldus het gemakkelijkst te begrijpen en in toom te houden.

‘Ieder mens wil gelukkig zijn en niemand wil lijden.’ – Dalai Lama, in The Art Of Happiness

Kort gezegd leert de Boeddha dat er onvrede is en hoe onvrede ophoudt (de vier nobele waarheden). De oorzaak van onvrede is verlangen (inclusief zijn tegendeel: aversie).

De vier edele waarheden

De vier nobele waarheden beschrijven het lijden, de oorzaak hiervan, de mogelijkheid om er van verlost te worden, en de weg om deze verlossing te bereiken. Deze waarheden worden soms ook geformuleerd in termen van de aanwezigheid van geluk, haar oorzaak, de afwezigheid ervan en de oorzaak van deze afwezigheid.

De vier nobele waarheden in de klassieke definitie zijn:

  1. Er is lijden en ontevredenheid in het leven
  2. Er is een oorzaak voor dit lijden: verlangens
  3. Er is een einde aan dit lijden mogelijk
  4. En er is een weg die hier naartoe leidt: Het Achtvoudige Pad.

Het Achtvoudige Pad

Het Achtvoudig Pad is het pad naar het einde van lijden. In het boeddhisme wordt het vaak symbolisch weergegeven als een wiel met acht spaken.

De acht aspecten van het Achtvoudig Pad zijn:

1 juist begrip / juiste inzicht
  1. Begrijpen wat lijden is.
  2. De oorzaak van lijden begrijpen.
  3. De opheffing van lijden begrijpen.
  4. Het pad begrijpen dat leidt naar de opheffing van lijden.
2 juiste gedachten / juiste intenties / juiste bedoelingen

  1. Gedachten van het verzaken van zelfzucht.
  2. Gedachten van welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid.
  3. Gedachten van geweldloosheid, harmonie of mededogen.
3 juist spreken (pali: samma vaca).
  1. Onthouding van het vertellen van leugens.
  2. Onthouding van het spreken van lasterende taal.
  3. Onthouding van het spreken van harde woorden.
  4. Onthouding van onzinnig gepraat.
4 juist handelen (pali: samma kammanta)

  1. Onthouding van doden.
  2. Onthouding van nemen wat niet gegeven is.
  3. Onthouding van seksueel wangedrag.
5 juiste wijze van levensonderhoud

  1. Geen handel in wapens.
  2. Geen handel in slaven en prostitutie.
  3. Geen handel in levende wezens voor vleesproductie en slachterij of iedere andere handel in wezens.
  4. Geen handel in vergif.
  5. Geen handel in bedwelmende middelen.
6 juiste inspanning (pali: samma vayama)
  1. Slechte gedachten en heilloze zaken die nog niet opgekomen zijn vermijden.
  2. Het overwinnen van slechte gedachten en heilloze zaken die reeds opgekomen zijn.
  3. Het opwekken en ontwikkelen van heilzame (kusala) zaken en goede gedachten die nog niet opgekomen zijn.
  4. Het tot groei brengen van heilzame zaken en goede gedachten die reeds opgekomen zijn.
7 juiste indachtigheid / juiste meditatie (aandacht, bewustzijn, concentratie)

  1. Bewustzijn van het lichaam.
  2. Bewustzijn van gevoelens.
  3. Bewustzijn van de geest.
  4. Bewustzijn van mentale objecten namelijk:
  • De vijf hindernissen.
  • De vijf aggregaten van hechten.
  • De zes innerlijke en zes uiterlijke zintuigsferen.
  • De zeven factoren van verlichting.
  • De vier edele waarheden.
8 juiste concentratie 

  1. Ontvangen wijsheid, 1e transformatie.
  2. Wijsheid vanuit ervaren, 2e transformatie.
  3. Wijsheid vanuit zelfinzicht, 3e transformatie.

money-happiness

Een van de meest veelvoorkomende discussies omtrent geluk is: maakt geld gelukkig? Zijn mensen met dikke auto’s, grachtenpanden en PC Hooftkleding gelukkiger dan Jan Modaal? Door de jaren heen is er veel onderzoek naar gedaan, tijd om achter het antwoord te komen.

Het hebben van geldzorgen is niets iets dat bijdraagt aan het geluk. Het kan zelfs diep ongelukkig maken. Om  balans in je leven te hebben is het prettig dat je voldoende hebt om van te leven. Dit houdt bijvoorbeeld in dat je je woning kunt betalen, dat je de nodige boodschappen kunt doen en kunt voorzien in kleding. Je hoeft niet veel te hebben als het maar genoeg is.

Volgens Harvard-psycholoog Daniel Gilbert maakt geld gelukkig tot een bepaalde hoogte. ‘A little money can buy you a lot of happiness, though a lot of money buys you only a little more happiness’, zegt de geluksdeskundige in een interview met de Harvard GazetteGilbert, tevens schrijver van bestseller Stumblin on Happiness, vertelt ook dat het gaat om de wijze waarop men geld uitgeeft. Zo zijn mensen gelukkiger als ze geld investeren in het geluk van iemand anders, dan wanneer ze spullen voor zichzelf kopen met dat geld.

Tijdelijke werking

Meer geld maakt tijdelijk gelukkiger. In verband genomen met een hoger salaris, zien we dat dit ook betekent dat mensen harder moeten gaan werken, meer uren draaien, meer gespannen zijn en minder tijd hebben voor kwaliteit van leven.

Psycholoog Daniel Kahneman en econoom Alan B. Krueger, beide verbonden aan Princeton University Amerika, trekken op basis van hun onderzoek de conclusie dat een hoog inkomen gelijk staat aan een goed humeur gebaseerd is op en illusie. ‘Mensen met een meer dan gemiddeld inkomen zijn relatief genomen tevreden over hun leven’, legt Kahneman uit. ‘Ze zijn nauwelijks gelukkiger dan anderen voor wat betreft de gelukservaring in het hier en nu. Ze zijn zelfs meer gespannen en besteden minder tijd aan plezierige activiteiten.’

Income-vs-Happiness-e1284121721266

Met een jaarinkomen van 58.000 euro bereik je het plafond van je geluksgevoel. Als je meer geld verdient, kun je wel tevredener worden, maar gelukkiger word je er niet van. Dat concludeerde het snel na een onderzoek met 450 000 deelnemers. ‘Wij concluderen daaruit dat geld tevredenheid koopt, maar geen geluk’, aldus de onderzoekers.

Ruut Veenhoven

In Nederland is prof. dr. Ruut Veenhoven (Erasmus Universiteit) al meer dan twintig jaar bezig met onderzoek naar geluk. Hij onderschrijft de uitkomst van beide onderzoeken: ‘Voor wie heel arm is, maakt geld gelukkig, maar vanaf een bepaald inkomen heeft meer geld geen invloed meer op ons geluk.’

 

 

 


Om deze blogperiode af te trappen wil ik beginnen bij het absolute begin: de oorsprong van het woord geluk.

ge·luk (o)

1 gunstige loop van omstandigheden; voorspoed: hij heeft altijd geluk boft altijd; van geluk mogen spreken veel geluk hebben

2 aangenaam gevoel van iemand die zich verheugt

Volgens de Dikke van Dale is dit de definitie van geluk. Geluk betekent niet alleen een toestand waarin iemand in balans en helemaal tevreden is, maar het woord betekent ook mazzel. Dan speelt toeval of, zoals veel mensen denken, lot de hoofdrol. Gelukkig zijn is iets waar je zelf invloed op hebt. Geluk hebben is dat niet.

Dat het woord geluk twee verschillende betekenissen heeft, is niet typisch Nederlands. Ook het Duitse Glück en de Italiaanse, Spaanse en Portugese afleidingen van het Latijnse felicitas hebben dezelfde dubbele betekenis. Het Engelse happiness komt van de Middel-Engelse en Oud-Noorse wortel happ, wat lot en toeval betekent. De relatie met to happen en perhaps is dan ook geen toeval(ha!).

Geluk in de oudheid

In het boek Geluk, een geschiedenis van de Amerikaanse historicus Darrin McMahon laat hij zien dat de twee betekenissen het resultaat zijn van de ontwikkeling die het denken over geluk heeft doorgemaakt. Uit de verschillende woorden die de Grieken hadden om gelukzaligheid aan te duiden, blijkt duidelijk dat zij het geluk zagen als een geschenk en niet als een eigen prestatie. Zowel olbios als makarios betekent gezegende, en het veel gebruikte eudaimonia is een combinatie van eu (goed) en daimoon (geest/demon).

Darrin McMahon schreef Happiness: A History in 2006

Darrin McMahon schreef Happiness: A History in 2006

Geluk was in de ogen van de Grieken en Romeinen geen gevoel, maar een feitelijke toestand en werd niet gemeten in gemoedstoestand, maar in mensenlevens. Het was dom om iemand voor zijn dood gelukkig te noemen, omdat je immers nooit wist wat de goden nog voor hem in petto hadden. Geluk was de compensatie voor een harmonieus en uitgebalanceerd leven. Het ging in de oudheid dus niet om je goed voelen, maar om goed zijn. Bovendien was het lang niet voor iedereen weggelegd, maar alleen voor hen die door de goden begunstigd werden en dus deel uitmaakten van de maatschappelijke elite.

Vrijwel hetzelfde gold in de tijd van het vroege christendom, ook daar werd geluk pas aan het eind van een duidelijk gemarkeerde weg werd bereikt. Maar anders dan bij de Grieken en Romeinen was geluk geen beloning voor individuele inspanningen. Het was Gods genade die bepaalde of iemand uitverkoren was om gelukkig te worden. Dat geluk werd uiteraard niet op een presenteerblaadje gelegd in het aardse leven, maar daar kwam je pas achter in het hiernamaals.

Verandering

ThomasHobbes

Filosoof Thomas Hobbes

De grote verandering vond plaats tijdens de Verlichting. De Britse filosoof Thomas Hobbes(1588) geloofde dat er niet zoiets bestond als het absolute Goede of Kwade, zoals dat wel bestond volgens de vroege christenen. Zodoende kende het menselijk leven volgens Hobbes geen uiteindelijk doel.

‘Aanhoudend erin slagen te bemachtigen wat je van het ene moment op het andere wilt hebben, dat wil zeggen dat het je aanhoudend goed gaat, dat is wat de mensen Geluk noemen; ik bedoel het geluk van dit leven. Want er bestaat niet zoiets als eeuwige gemoedsrust in dit leven, want het leven zelf is louter beweging en kan nooit zonder verlangen zijn, noch zonder vrees, net zo min als zonder gewaarwordingen.’

Het gaat dus niet om het opmaken van de eindbalans, maar om het onophoudelijk najagen van gelukzalige momenten.

Tegenwoordig

Vandaag de dag wordt er nog altijd hevig gediscussieerd over dit onderwerp. De ene professor gelooft dat geluk genetisch bepaald is, terwijl de ander van mening is dat de mens wel degelijk invloed heeft. De komende weken ga ik proberen om dichterbij de waarheid te komen. Voor nu hou ik mij vast aan de filosofie van Verlichtingsdenkers als de Franse Condorcet, die geloofde dat de mens een staat van volmaaktheid kan bereiken wanneer het gaat om geluk.



%d bloggers like this: