‘Ik geloof dat de werkelijke zin van ons leven het zoeken naar geluk is. Dat is duidelijk. Of je nu religieus bent of niet, of je nu gelooft in die of die godsdienst, we zijn allemaal op zoek naar iets beters in het leven. Daarom denk ik dat het leven werkelijk gericht is op geluk…’ – Dalai Lama, in The Art Of Happiness

Het eerste boek dat ik las toen ik mijn onderzoek begon was The Art Of Happiness. Dit boek vertelt het verhaal van Howard Cutler, een psychiater, die de Dalai Lama een aantal keer spreekt en de theorieën van de spiritueel leider onderzoekt. In het boek passeren veel boeddhistische thema’s de revue, daarom zal ik vandaag de plaats van geluk in het boeddhisme onder de loep nemen.

Vijfentwintighonderd jaar geleden leerde een wijze man in India, in de geschiedenis bekend geworden als de Boeddha, dat de sleutels tot geluk voornamelijk in het verstand zelf te vinden zijn en dat uiterlijke condities, zoals rijkdom, roem en macht, slechts factoren zijn die dit vergemakkelijken. Deze secundaire factoren zijn als stukken gereedschap; zij kunnen behulpzaam zijn of schaden bij de zoektocht naar geluk, al naar gelang de conditie van het verstand dat ze gebruikt.

De Boeddha definieerde drie obstakels die geluk in de weg staan: ten eerste, het niet begrijpen van de natuur van het zelf (waarnaar hij verwees als anatma of ‘voorbij-het-zelf’); ten tweede, het verstand van gehechtheid, verslaving en hebzucht; en ten derde, boosheid en het vijandigheidssyndroom. Bovendien sprak hij hierover in termen van ‘vergif voor zowel het verstand als het lichaam’. De Boeddha gaf speciale aandacht aan het derde punt, het vijandigheidssyndroom, want, zei hij, het is het meest onmiddellijk destructief voor de gezondheid en het geluk van de mens zelf en van anderen. Het is ook het ruwste van de drie en aldus het gemakkelijkst te begrijpen en in toom te houden.

‘Ieder mens wil gelukkig zijn en niemand wil lijden.’ – Dalai Lama, in The Art Of Happiness

Kort gezegd leert de Boeddha dat er onvrede is en hoe onvrede ophoudt (de vier nobele waarheden). De oorzaak van onvrede is verlangen (inclusief zijn tegendeel: aversie).

De vier edele waarheden

De vier nobele waarheden beschrijven het lijden, de oorzaak hiervan, de mogelijkheid om er van verlost te worden, en de weg om deze verlossing te bereiken. Deze waarheden worden soms ook geformuleerd in termen van de aanwezigheid van geluk, haar oorzaak, de afwezigheid ervan en de oorzaak van deze afwezigheid.

De vier nobele waarheden in de klassieke definitie zijn:

  1. Er is lijden en ontevredenheid in het leven
  2. Er is een oorzaak voor dit lijden: verlangens
  3. Er is een einde aan dit lijden mogelijk
  4. En er is een weg die hier naartoe leidt: Het Achtvoudige Pad.

Het Achtvoudige Pad

Het Achtvoudig Pad is het pad naar het einde van lijden. In het boeddhisme wordt het vaak symbolisch weergegeven als een wiel met acht spaken.

De acht aspecten van het Achtvoudig Pad zijn:

1 juist begrip / juiste inzicht
  1. Begrijpen wat lijden is.
  2. De oorzaak van lijden begrijpen.
  3. De opheffing van lijden begrijpen.
  4. Het pad begrijpen dat leidt naar de opheffing van lijden.
2 juiste gedachten / juiste intenties / juiste bedoelingen

  1. Gedachten van het verzaken van zelfzucht.
  2. Gedachten van welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid.
  3. Gedachten van geweldloosheid, harmonie of mededogen.
3 juist spreken (pali: samma vaca).
  1. Onthouding van het vertellen van leugens.
  2. Onthouding van het spreken van lasterende taal.
  3. Onthouding van het spreken van harde woorden.
  4. Onthouding van onzinnig gepraat.
4 juist handelen (pali: samma kammanta)

  1. Onthouding van doden.
  2. Onthouding van nemen wat niet gegeven is.
  3. Onthouding van seksueel wangedrag.
5 juiste wijze van levensonderhoud

  1. Geen handel in wapens.
  2. Geen handel in slaven en prostitutie.
  3. Geen handel in levende wezens voor vleesproductie en slachterij of iedere andere handel in wezens.
  4. Geen handel in vergif.
  5. Geen handel in bedwelmende middelen.
6 juiste inspanning (pali: samma vayama)
  1. Slechte gedachten en heilloze zaken die nog niet opgekomen zijn vermijden.
  2. Het overwinnen van slechte gedachten en heilloze zaken die reeds opgekomen zijn.
  3. Het opwekken en ontwikkelen van heilzame (kusala) zaken en goede gedachten die nog niet opgekomen zijn.
  4. Het tot groei brengen van heilzame zaken en goede gedachten die reeds opgekomen zijn.
7 juiste indachtigheid / juiste meditatie (aandacht, bewustzijn, concentratie)

  1. Bewustzijn van het lichaam.
  2. Bewustzijn van gevoelens.
  3. Bewustzijn van de geest.
  4. Bewustzijn van mentale objecten namelijk:
  • De vijf hindernissen.
  • De vijf aggregaten van hechten.
  • De zes innerlijke en zes uiterlijke zintuigsferen.
  • De zeven factoren van verlichting.
  • De vier edele waarheden.
8 juiste concentratie 

  1. Ontvangen wijsheid, 1e transformatie.
  2. Wijsheid vanuit ervaren, 2e transformatie.
  3. Wijsheid vanuit zelfinzicht, 3e transformatie.
Advertisements